Neolitische revolutie

1. Oorsprong in tijd
De mens schakelde pas rond 10.000 v.Chr. over van de traditionele jacht / vruchtenpluk / visvangst naar landbouw en veeteelt.
Je moet echter niet denken dat dit massaal gebeurde.
Het was slechts op enkele plaatsen waar een aantal mensen landbouwer of veeteler werden.
Als je de ontwikkeling van de mens van de laatste 100.000 jaar zou nemen en dit vergelijken met een 24-uur durende dag, dan zou je kunnen zeggen dat er pas sprake was van landbouw rond 23.54.
Het is slechts in “die laatste 6 minuten van de dag” dat de mens een landbouwer werd.

2. Oorsprong in ruimte
Er zijn drie gebieden in de wereld waar er verondersteld wordt dat men als allereersten aan landbouw begon, nl:
° De vruchtbare sikkel (= Mesopotamië en Egypte)
° China en Zuid-Oost Azië
° Amerika
Hieronder zie je welke landbouwproducten tot ontwikkeling kwamen, waar en wanneer. (getallen zijn voor Chr.!)

Landbouwgebieden

3. Kenmerken
3.1. Producten
Dat de mens dan aan landbouw deed, was een grote aanpassing voor hem.
Nu ging hij niet meer zelf naar zijn voedsel zoeken, maar produceerde het zelf.
Er waren toch een aantal producten die typisch waren voor die tijd en een plaats:
° In het Nabije Oosten ging men allerlei graanproducten verbouwen en bestond hun
basisvoedsel dus voornamelijk uit variaties van graan.

Granen

° In Amerika daarentegen ging men vooral intensief maïs bewerken.
Maïs had voordelen t.o.v. die andere graanproducten
in het Nabije Oosten bv.:
– het was gemakkelijker te bewerken.
– er ging minder verloren bij slechte weersomstandigheden
(bv. felle wind).
– het oogsten is eenvoudiger.
– het rendement ligt hoger.

Mais

Het was echter niet alleen landbouw dat ontstond, er waren ook mensen die aan veeteelt deden.
Dit zal echter in het begin meer onbewust gebeurd zijn.
De mens zal pas na lange tijd opgemerkt hebben dat het kweken van dieren zeer voordelig en verrijkend kon zijn.

Veeteelt

Hieronder zie je schematisch weergegeven wanneer welke dieren waar het eerst werden gedomesticeerd (= tam maken van dieren).

Domesticatie

3.2. Materialen
Aanvankelijk (= rond 10.000 V. Chr) waren de werktuigen vrij eenvoudig en waren ze zeker niet nieuw. De werktuigen werd ook al gebruikt door de voedselverzamelaars / jagers.

Werktuigen

Wanneer de mens gewoon was om aan landbouw en veeteelt te doen, begon hij ook aan technologische verbeteringen te denken om zijn oogst te verbeteren.
° Een perfect voorbeeld daarvan was de ploeg.
Deze kwam tot ontwikkeling rond 4000 v. Chr. en was een belangrijk arbeidsbesparend werktuig voor de mens. (zoals je op de figuur ziet, is dit een werktuig dat nu nog gebruikt wordt!)

Ploeg

Het was een revolutionaire verandering in het technologisch denken van de mens en het begin van een voortdurend zoeken naar andere vormen van energie; in dit geval dierlijke energie in plaats van menselijke.
° Een ander voorbeeld was de sikkel.
Dit was een uitstekend werktuig om het graan te rooien en daarom enorm populair onder de landbouwers. Nu nog altijd trouwens in bepaalde streken.

Sikkel

° Om die granen op te slaan en te beschermen tegen bv. ongedierte,
weersomstandigheden, … ging men potten en opslagplaatsen gebruiken.
Met de landbouw en veeteelt begon dus ook een pottenproductie voor het voedsel.

Potten

4. Gevolgen
4.1. Negatieve
Deze nieuwe ontwikkelingen voor de mens waren echter niet volledig positief.
Je kan toch enkele duidelijke negatieve kanttekeningen erbij maken:
° Meer ziektes/epidemieën
° De mens richtte zich eenzijdig op enkele producten
° Mislukte oogsten veroorzaakten hongersnood
° De natuur veranderde in functie van de mens
° Overbevolking in bepaalde gebieden
° Grotere afhankelijkheid van het weer
4.2. Positieve
We moeten echter toch ook niet uit het oog verliezen dat deze revolutie veel positieve
gevolgen heeft gehad:
° Ontstaan van een sociale orde, er moeten duidelijke regels zijn om de gronden
te bewerken en het vee te hoeden.
Een perfect voorbeeld daarvan is Egypte met de farao en zijn ambtenaren.

Socorde

° Ontstaan van steden.
Vermits de mensen nu op één plaats blijven om gronden te bewerken, ontstaan er spontaan steden. Hieronder zie je twee voorbeelden van steden in het Nabije Oosten rond 9000 v.Chr.- 7000 v. Chr.

Catal Jericho

° Ontstaan van handel
° Ontstaan van beroepen zoals bv. pottenbakkers, schrijvers, schilders,…

5. Een voorbeeld
We bekijken nu eens zo’n stad die een gevolg is van dat de mens aan landbouw en veeteelt
begon te doen, nl Catal Hüyük (afbeelding hier links boven).
Deze stad is een plaats die eigenlijk alleen maar belangrijk was in die tijd (ca.7000 v.Chr.) en daarna zijn belang verloren heeft.
Laten we nu eens enkele aspecten van naderbij bekijken:
° De gebouwen in de stad waren opeengepakt zodat je een compact geheel
kreeg wat gemakkelijker te verdedigen was tegen eventuele indringers.

Compacte stad

° Ieder huis had ongeveer dezelfde inrichting.
Deze inrichting was in functie van de economie.
Je had er verschillende vertrekken waar er goederen konden opgestapeld/gedroogd werden. Boven op het dak werd er geleefd d.w.z. gegeten, geslapen, enz.
Ook zie je tussen de huizen plaats voor het onder dak brengen van het vee.

Huis

Huis dwars

Huis boven

Huis voor

Nu is er van deze grootse stad weinig overgebleven en ligt zij volledig onder zand.
Archeologen zijn bezig de resten bloot te leggen.

Catal

Heb je de pagina goed gelezen en denk je een klein kwisje aan te kunnen?
Klik dan op volgende link en beantwoord de vragen over de landbouwrevolutie.

Advertenties
%d bloggers liken dit: